Als iedereen slaapt

Misschien vind je het leuk om eens naar een verhaal van mij te luisteren in plaats van het te lezen? In De Tiny Podcast van 22 januari 2021 hoor je me dit verhaal voorlezen.

Aapje slaapt. Baby niet.

Kind, in de kamer hiernaast, slaapt ook niet. Heeft net het licht weer aangedaan, leest een boek. Kleine beer slaapt wel. Hondje ook. Poppetje Karel ook. Olifant ook. En ook grijze beer slaapt.

De man slaapt ook. Hij heeft zich de laatste tijd geforceerd. Dus hij slaapt. Ik snap dat.

Ik slaap niet. 

In de kamer waar nu het licht weer brandt zat ik een half uur geleden op mijn knieën voor te lezen met gebaren en met stemmetjes. De oudste luisterde woelend en draaiend bovenop het dekbed, vroeg af en toe naar een pagina terug. De jongstescharrelde ondertussen wat rond over de vloer, de sokken uitgetrapt, het pyjamabroekje afgezakt, voeten volledig verdwenen in de loshangende pijpjes. Ze trok wat boeken uit een rek, kroop in het bedje bij poppetje Karel, we hoorden een plankje kraken, poppetje Karel hing met zijn matrasje half op de grond. Het kind op bed veerde kwaad recht, haalde uit naar de baby. Ik hield haar tegen met een arm, greep de baby beet en duwde met een derde arm het plankje weer op zijn plek, ik streek de lakentjes glad. Oef, poppetje Karel heeft er niets van gemerkt. Het kind ging weer liggen. De baby klom op mijn schoot. Na twee verhalen ging het licht uit, bleef ik zitten op een stoel in het donker en nam de baby aan de borst. Met een voet streelde ik de rug van het liggende kind. Ze fluisterde nog wat tegen een knuffel en vroeg nog wat er nu eigenlijk met papa is. De baby werd wild, dus ik verliet zachtjes de kamer, zei dat ik straks weer zou komen piepen en ja, de deur mocht op een kier. 

Ik lig nu in mijn eigen bed. De baby bovenop me begint zwaar te worden, de adem klinkt als slaap, een beentje schopt nog wat.Vanuit de andere kamer fluistert het kind hard naar me. Iets over nóg een boek. Ik fluister hard terug van nee is nee en uiteindelijk van ja oké nog eentje dan. Ik zie nu in gedachten hoe het kind daar zit, op bed, het boek steunend tegen de opgetrokken knieën, bladerend, zachtjes zichzelf voorlezend, af en toe een slokje nemend van het glas naast het bed.

De baby is in slaap gevallen. De deur van de kamer hiernaast gaat open. Blote voeten komen mijn kant op: Mama, het boek is uit en ik kan echt niet slapen. Ik ga, met de baby op mijn borst, half rechtop zitten, kijk het kind in de deuropening met grote ogen aan, haal haar met een knik van mijn hoofd dichterbij. Ja, vraagt ze. En ik zeg: Schat, wéét je … dat kinderbedtijd al láng voorbij is? Weet je dat? Ze zegt niets, kijkt me met open mond aan, schudt van nee en gaat terug haar kamer in. Ik hou mijn adem in, laat de baby van me afglijden. Ik ruim wat kleren op bij het zwakke licht van een lampje. Als ik nog even bij het andere kind ga kijken, zie ik de man aan de voet van het bed met een hand op de lakens en een hand aan zijn hoofd. Hij ziet het zitten daar even te zitten, zegt hij. Zeker? Ja.

In-mij-versnelt-de-hartslag, de-tijd-is-aan-mijn-kant, mogelijks een magisch uur, ik voel vuur, de plannen in mijn hoofd cirkelen voorbij, ijveren om uitvoer. Ik snel naar beneden, veeg de grootste plakkerijen van de tafel en de vloer, zoek papier en pen, haal wat te drinken en te eten, schipper heen en weer tussen eerst berichtjes sturen of eerst wat schrijven en zelfs even tussen toch de was ophangen of speelgoed opruimen. Nee, dit-zijn-mijn-uren. Of beter. Dit-is-mijn-uur. Ik heb een uur. Want het is al laat en rond de klok van tien ligt doorgaans een grens die ik maar beter niet overschrijd. Maar ook dat valt te bezien. We zullen zien. Misschien ben ik straks wel zo op dreef, dat ik alles geef, zó voel dat ik leef …

Gisteren liep de avond zoals de avond vandaag. De rituelen. De duur. De druk. Ik heb toen enkele foto’s gemaakt van het moment waarop de kinderen eindelijk sliepen, en daarna ook nog wat foto’s van een volle tafel, een smerig fornuis, een gootsteen vol vuiligheid. En manden met natte was. Ik had op die foto’s wat korte teksten gezet over wat me – dacht ik – nog allemaal te doen stond in die late avonduren, terwijl iedereen sliep, de kat rond mijn been cirkelde en er uit een dampertje wat stoom met een rustgevend geurtje omhoog spoot. Ik schreef onder andere dat ik het fijn zou vinden mocht een vriendin nu voorstellen dat ik alles zou laten vallen en liggen, dat ik zou gaan slapen en dat zij de volgende dag zou komen helpen. Ik zou dan uiteraard voorstellen voor haar hetzelfde te doen. Overmorgen.

Ik heb dat altijd een heel mooi idee gevonden, in een soort beurtsysteem met een legertje vriendinnen voor elkaars deur staan om samen te doen wat er te doen valt: kleerkasten uitmesten, keukenkasten schoonmaken, koelkast legen, trappen stofzuigen, vloeren dweilen, was plooien … Het idee alleen al geeft me een enorm gevoel van tempo en vooruitgang. Maar ja. Het isnatuurlijk makkelijker den brol en de miserie van een ander op te ruimen dan die van jezelf. En zo’n leger vriendinnen met schortjes voor en bezems in de hand lossen op lange termijn niets op, maar het zou toch helpen – denk ik – om het hele huishouden even te resetten en een mens een nieuwe start te geven.

Goed. Ik deelde dus wat foto’s en wat verhaal op mijn sociale platformen. Met een schuursponsje in de hand stond ik af en toe even stil, leunde voorover op het aanrecht en las reacties. De eerste reactie was: Ik mis je. Verder kwamen er steunbetuigingen als Wat een zware dag! En Ik duim! En er volgde ook nog wat goeie wil in: Jammer dat je niet in de buurt woont en Morgen zal niet lukken, maar later wel. Bedankt, vriendinnen, echt. Ik zou jullie graag ontvangen, met open armen en ook voorstellen aan elkaar, jullie kennen mekaar niet, maar zouden een aardig legertje kunnen vormen. Ik zorg voor koffie en thee met iets lekkers. Verder hoef je ook geen doekjes of productjes mee te brengen. Die heb ik in overvloed en grotendeels nog in de verpakking.

verzameld in het karretje van poppetje Karel

We zijn nu dus 24 uur verder en er is hier in huis niet zo veel veranderd. Deze ochtend heb ik de twee kinderen in bad gedaan, de man is er even op een krukje komen bijzitten zodat ik kon douchen, daarna is hij weer gaan slapen, we hebben vredig ontbeten, ik heb op handen en voeten kaas en kruimels weggehaald vanonder tafel, ik heb het vuilnis bij de straat gezet, we hebben brood gehaald bij de bakker, we zijn gaan wandelen op het pad langs het spoor, zagen dat de werken die daar al een tijdje bezig waren, bijna zijn voltooid, in de hoopjes aarde langs het pad vonden we tussen steengruis en brokken beton ook wat gekleurde scherven, die hebben we verzameld in het karretje van poppetje Karel. Midden op het pad heb ik met openhangende jas de baby de borst gegeven en staan praten met een man uit het dorp. Hij had nieuwe wandelschoenen aan. Ik zag het. Ik heb soep gemaakt voor de slapende man en zorgde voor verse thee. Ik heb de vaatwasmachine leeggehaald en weer gevuld en weer leeggehaald en weer gevuld. Ik heb groenten gesneden en de baby weggeritstvan bij het kattenvoer en ik heb het kind kunnen overtuigen om na enkele filmpjes wat tekeningen te maken aan tafel. We hebben fruit gegeten, zijn nog wat dingen gaan halen in de winkel. Ik heb vier kaartjes geschreven voor het nieuwe jaar en die zijn ook op de bus gegaan, de baby heeft wat administratie uit mappen getrokken en over de vloer verspreid, ik heb gepraat met de buurman over zijn huis zonder tuin. Ik heb in twee delen een podcast beluisterd die in totaal 12 minuten duurt. Het ging over magische uren, uren tussen de bedrijven door, waarin je hoopt overzicht te scheppen en bergen te verzetten. Haha. 

Gisteren liep de avond zoals de avond vandaag en zoals de avonden die volgen. De rituelen. De duur. De druk. Alleen voelde het gisteren ellendiger, want ik zat er middenin en zag niets anders. 

En nu zie ik de rommel nog steeds en de vuiligheid en het geplak en de natte was moet misschien maar weer gewassen. En hoor ik daar niet een baby die wakker wordt en een kind dat niet kan slapen? Het is er allemaal. Maar vandaag voelt het toch wat anders. Want tussen toen en nu ben ik er een beetje van tussenuit gehaald. Want ik heb het gezegd en gedeeld. En het is opgevangen. En dus, dat scheelt.

5 reacties

Laat een reactie achter op karaat Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s