Wat ik nooit heb gedeeld over 1 april

Vandaag is 1 april. Ik heb op de radio al drie maal gehoord dat een bericht geen grap is. Berichten die vandaag niet anders zijn dan gisteren, kunnen vandaag – anders dan gisteren – worden gehoord als een grap. Daarom krijgt een bericht vandaag al eens een voetnoot die zijn ware aard onderstreept. De voorzitster van de fietsersbond dacht dat de afgesloten afsluitdijk een grap was. Maar nee, mevrouw, er zal daar echt waar een aantal jaar niet gefietst kunnen worden. Ze overweegt een stap en dat is geen grap.

Maar belangrijker is dit: Vandaag is 1 april. Ik denk aan iemand die ik nauwelijks ken, maar van wie ik altijd zal onthouden dat hij jarig is op 1 april. Hij en ik zaten naast elkaar toen we negen waren. We zaten te schrijven, elleboog tegen elleboog, hij met links, ik met rechts. We schreven gebogen over ons blad een belangrijke tekst, eerst in ‘t klad en daarna met pen op potloodlijnen. Mijn tekst werd een tekst die ik nooit zou vergeten en die was bedoeld om vader op vaderdag gelukkig te maken. In kleine ronde letters noteerde ik zinnen met woorden als grappig en sterk. En toen vroeg mijn buur plots of ik durfde te schrijven, de volgende zin: als mijn vader me slaat, dan slaat hij me bijna dood. Natuurlijk durfde ik dat te schrijven. En dus schreef ik het.

Meester Jean-Claude las alle kladjes na op fouten, ik kreeg de mijne zonder markering terug. Toen ik mijn brief met klare stem en ingehouden lach voorlas op vaderdag, vroeg moeder hoe dit had kunnen gebeuren. Vader was er ziek van. Na de schrijfles heeft meester Jean-Claude vader trouwens nooit meer een hand gegeven.

Toen we ergens halfweg de twintig waren, stonden we plots naast elkaar voor ‘t rood licht in de stad waar we beiden klein waren geweest, mijn klasgenoot en ik. We woonden er in die jonge jaren elk aan een kant van dezelfde wijk, hij met zijn ouders en een broer in een rood huis met kiezels ernaast. Zijn moeder was altijd erg vriendelijk en erg gemaquilleerd. Voor ‘t rood licht waren ook wij vriendelijk tegen elkaar, vroegen waar we nu woonden en wat we deden. Ik heb getwijfeld of ik mijn vaderdagherinnering met hem zou delen, hem zou vertellen hoe hij met één zin die ene vaderdag regiseerde, hoe haast elk jaar zijn naam valt aan de familietafel als vader weer eens de rilling bij die regel beschrijft. Het werd groen.

Vandaag is 1 april. Ik zoek mijn jarige klasgenoot op een plek waar je met een klik ongezien alles van een ander kunt zien, ik ga door zijn berichten, zijn beelden, zie dat hij zelf in kundig klikken en kiezen de wereld grijpt, sparrentoppen scherpstelt in sneeuw en ochtendgloren, waterwegen volgt tussen stenen, stille kringen kadert in meren en een mum – een tel in de tijd in radeloos licht, de wolken tegen rotswanden neemt en een spoor in een dal in een straal in een dag.

En dan zie ik dat hij binnenkort voor het eerst vaderdag zal vieren, die dag wellicht gebogen over het kind in zijn armen, het hoofdje in de warme schelp van zijn hand, zijn gezicht dichterbij, zijn neus over de wangen zal strijken, met gesloten ogen zal ruiken, zal denken aan al wat daar in die kleinheid en de toekomst scherp zal worden, hij zal in gedachten zeggen dat leven durven is en soms een grap, dat een dag zonder geluid kan passeren, maar altijd telt en dat je hem kunt vergeten of bewaren en dat dat goed is zo.

 

4 gedachtes over “Wat ik nooit heb gedeeld over 1 april

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s